In de jaren ’60 groeide Willems hard. Het team werd groter en het werk professioneler. Tegelijk bleef de sfeer zoals die altijd was: persoonlijk, direct en met ruimte voor een grap.
In 1962 kwam Jan Bras in dienst. Hij was pas 14 jaar en 8 maanden oud. Willems telde toen al twaalf schilders. De uitvoerder was Jopie van der Linde. Een man die je niet kon missen: vrolijk, altijd met een mop en herkenbaar aan zijn opvallende loop – bijna als een tapdanser.
In 1964 startte Piet Willems, eerst als vakantiekracht. Piet had een sportfiets omgebouwd tot racefiets, dat vond hij zo leuk dat hij een echte racefiets wilde gaan kopen. Dat geld had hij niet dus ging hij bij zijn vader werken. Zijn eerste klus? Hekken schilderen aan de Boslaan in de wijk Nieuwland in Schiedam. Aan het eind van de dag zat hij net zo onder de verf als de hekken zelf. Een geboren schilder was hij niet. Maar al snel werd duidelijk: zijn talent lag ergens anders.
Piet kiest op zijn 17e bewust voor het bedrijf. Overdag werkt hij mee, in de avonduren haalde hij zijn ondernemers- en vakdiploma. En dat betaalt zich uit. Piet bleek een natuurtalent in organisatie en berekeningen. Terwijl zijn vader klanten bezocht en de kwaliteit bewaakte, nam Piet steeds meer de dagelijkse leiding over. Hij maakte planningen, berekende uren, en hield bij wie waar werkte. Ook maakte hij offertes en calculaties, beter en strakker dan zijn vader het ooit had gedaan.
Zijn vader, Edu sr., vertrouwde hem volledig en liet het graag aan hem over. Binnen het team was het ook duidelijk. Niet officieel, maar iedereen voelde het: Piet had de touwtjes stevig in handen.
“Pas op jongens, daar komt de baas,” werd er lachend geroepen. Maar ondertussen wist iedereen: Piet hield overzicht. Hij was streng op de uren, maar altijd eerlijk.
Verhuizen en verbreden
In 1966 verhuisde Willems naar De Oude Sluis 5 in Schiedam. Een oud pakhuis met achter in een loods en een klein kantoortje van twee bij twee meter net groot genoeg voor een klein bureau en twee stoelen. De kelderboxen aan de Dr. Kuyperlaan bleven in gebruik voor de opslag van de hangbruggen.
Het werk speelde zich vooral af in Schiedam, maar ook in Vlaardingen, Maasland en Rotterdam. Omdat schilderwerk seizoenswerk was, keek Willems vooruit.
Willems begon zich te verbreden met nieuwbouwprojecten, vooral scholen. Ze werkten samen met aannemer Van der Tempel uit Schiedam, die door heel Nederland scholen bouwde.
Aan het eind van de jaren ’60 breidde Willems de werkzaamheden verder uit: naast schildwerk kwam er ook spuitwerk, stukadoren en glaszetten bij. Slim, want door deze verbreding kon het bedrijf ook in de winter doorwerken.
Vakmanschap als basis
Willems stond bekend om zijn vakmanschap, vooral het repareren en plamuren van naaldhouten kozijnen. Niet iedere schilder kon dat, maar bij Willems hoorde het bij het ambacht. Iedere schilder had zijn eigen gereedschapskist, daar bleef je af.
Edu sr. zijn filosofie was helder:
“Je moet je opdrachtgevers mee hebben. Vriendschappelijke relaties zijn belangrijk. Mensen gunnen je werk als ze vertrouwen in je hebben.”